ONZE VISIE

Onze visie op laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer gaat over een haalbare toekomst. Hieronder beschrijven wij onze uitgangspunten.

Groei EV maakt planmatige realisatie laadnetwerken noodzakelijk

De groei van het aantal elektrische auto’s zorgt voor een toenemende behoefte aan laadpunten in de openbare ruimte. De “paal-volgt-auto” aanpak staat onder druk: de doorlooptijden zijn lang en de werkvoorraad voor gemeenten, netbeheerders en CPO loopt op.

 

Met planmatige uitrol is het mogelijk om realisatieprocessen te vereenvoudigen en toe te werken naar laadzekerheid voor elektrische rijders op basis van data. De ”paal-volgt-auto” methodiek faseert daardoor in dekkende laadnetwerken steeds verder uit. Datagestuurde uitrol is de toekomst.

 

 

KPI’s van laadnetwerken maken datagestuurde uitrol mogelijk

Elektrische rijders zoeken voor het parkeerladen een laadoplossing in de buurt van hun bestemming. Een loopafstand tot zo’n 300 meter wordt daarbij als acceptabel gezien. Door te kijken naar laadnetwerken in buurten is het mogelijk om te sturen op de laadzekerheid voor elektrische rijders verdeeld over alle laadpunten in dat netwerk.

 

Door het bekijken van trends in gebruiksdata is het mogelijk om locaties met noodzaak tot extra laadinfrastructuur aan te wijzen. KPI’s die hiervoor worden gebruikt, leggen we vooraf vast, en maken we waar nodig regiospecifiek. Zo wordt laadzekerheid geborgd. De KPI’s helpen om een accurate voorspelling te doen over de behoefte aan nieuwe laadpunten.

Laadkaarten zorgen voor duidelijkheid en snellere realisatie

Laadkaarten geven betrokken stakeholders inzicht in locaties voor nieuwe laadpunten. Werken met laadkaarten (of plankaarten) biedt duidelijkheid en kan het realisatieproces vereenvoudigen en versnellen.

 

Laadkaarten zelf stellen we op op basis van het beleid van de regio (of gemeente, of stad) met betrekking tot locatiekeuze (bijvoorbeeld verdichten vs. clusteren van het laadnetwerk) en specifieke criteria voor nieuwe locaties.

Van laadpalen naar laadnetwerken

Om op een toekomstbestendige manier laadinfrastructuur uit te rollen, is het van belang dat we laadinfrastructuur als netwerk benaderen en niet naar het niveau van individuele laadpalen kijken. Door proactief laadinfrastructuur te realiseren op plaatsen waar de laadzekerheid in het gedrang komt, wordt een dekkend netwerk uitgerold dat aansluit bij de laadbehoefte in een regio, stad of buurt. Bijkomend voordeel is dat laadinfrastructuur op basis van data kan worden voorzien, zonder tussenkomst en wachttijd voor de elektrische rijder.

 

Historische en actuele data van het gebruik van laadpunten geven inzicht in hoe vaak en wanneer huidige laadpunten bezet zijn. Door deze data te combineren met de laadbehoefte in een regio, stad of buurt, wordt duidelijk waar knelpunten (gaan) ontstaan. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de laadzekerheid van een elektrische rijder geborgd wordt, oftewel dat er altijd een laadpunt beschikbaar is wanneer nodig.

WAT IS LAADDRUK?

Het leidend principe is dat de laadinfrastructuur wordt uitgerold op basis van de laaddruk. De laaddruk is de verhouding tussen de gewenste en de gerealiseerde bezettingsgraad per buurt. De gewenste bezettingsgraad is per regio, stad of buurt te bepalen en is afhankelijk van de lokale ambities en beleidsdoelstellingen. De figuur rechts laat deze gewenste bezettingsgraad zien als kromme. Hoe hoger het aantal laadpunten, hoe hoger de acceptabele of gewenste bezettingsgraad mag zijn. Ligt de gerealiseerde bezettingsgraad boven de curve, dan is er een tekort aan laadpunten. Ligt deze lager, dan is er sprake van een overschot.

 

Deze verhouding noemen we de laaddruk en varieert per moment. Dit komt deels omdat de gerealiseerde bezettingsgraad verandert (aantal auto’s aan de laadpaal is niet constant over de tijd), maar ook de gewenste bezettingsgraad kan veranderen n.a.v. het aantal laadpunten of vernieuwde (beleids)doelstellingen.

https://evatlas.nl/wp-content/uploads/2020/08/figuren_evatlas-03-e1599049115842-703x400.png